ICW (Industriële Computerwetenschappen) is een praktijkgerichte studierichting waarin je een sterke combinatie krijgt van IT en technologie. Je leert niet alleen programmeren en werken met computersystemen, maar ook hoe hardware en elektronica functioneren.
Doorheen de opleiding werk je aan concrete projecten waarbij je software en hardware met elkaar verbindt, zoals het programmeren van microcontrollers en het bouwen van elektronische schakelingen.
De richting is opgebouwd in twee fases: in het 5de jaar leg je een brede basis, terwijl je in het 6de jaar meer verdiept en specialiseert, onder andere in netwerken en geavanceerd programmeren.
Dankzij deze aanpak ontwikkel je zowel theoretische kennis als praktische vaardigheden.
ICW bereidt je voor op verdere studies in IT, elektronica of engineering, maar geeft je ook meteen bruikbare skills voor de arbeidsmarkt. Het is een ideale keuze voor leerlingen die interesse hebben in technologie, logisch denken en het oplossen van problemen.
In het 5de jaar ICW leg je een sterke basis in zowel IT als elektronica. Je leert de fundamenten van programmeren, waarbij logisch denken en probleemoplossend werken centraal staan. Je maakt kennis met programmeertalen zoals Python en leert eenvoudige programma’s schrijven, testen en verbeteren.
Daarnaast krijg je inzicht in hoe computersystemen werken, inclusief het installeren en configureren van software en besturingssystemen.
Ook elektronica speelt een belangrijke rol in dit jaar. Je leert de basisbegrippen zoals spanning, stroom en weerstand en werkt met componenten zoals leds en weerstanden. Je leert eenvoudige schakelingen lezen, bouwen en meten met een multimeter.
Deze kennis helpt je om te begrijpen hoe elektronische systemen in de praktijk functioneren.
Verder maak je kennis met STEM-programmeren via microcontrollers zoals Arduino. Hierbij combineer je programmeren met techniek door kleine projecten te maken waarbij hardware wordt aangestuurd. Het 5de jaar is dus vooral gericht op het opbouwen van een brede basis en het ontwikkelen van praktische vaardigheden.
In het 6de jaar bouw je verder op de kennis uit het 5de jaar en ga je dieper in op de leerstof. Programmeren blijft een belangrijk vak, waarin je complexere toepassingen maakt en meer inzicht krijgt in objectgeoriënteerd programmeren en dataverwerking. Je werkt aan grotere projecten en leert efficiënter en gestructureerd programmeren.
Een belangrijk nieuw onderdeel in het 6de jaar is netwerken. Je leert hoe netwerken zijn opgebouwd aan de hand van modellen zoals OSI en verdiept je in IP-adressen, subnetting en netwerkconfiguraties.
Je leert routers en switches instellen en krijgt inzicht in basis cybersecurity, wat essentieel is in de moderne IT-wereld.
Daarnaast blijf je werken met elektronica en microcontrollers, maar op een hoger niveau. Je realiseert complexere projecten waarbij software en hardware samenkomen, zoals geautomatiseerde systemen. Het 6de jaar zorgt voor verdieping en bereidt je voor op hogere studies of een job in de IT- of technologiesector.